Je tiener komt thuis van een feestje om drie uur ’s nachts, schuift de volgende ochtend zwijgend door het huis en zegt bij het ontbijt: ‘Laat me gewoon zelf uitzoeken hoe het werkt.’ Je wilt niet controleren, je wilt verbinding. Maar je weet ook dat er grenzen nodig zijn. Precies die spanning beschrijft journalist Coert Kleijwegt al jaren van binnenuit, door te praten met tieners zelf. Zijn werk over jongeren zonder grenzen is een spiegel voor opvoeders die van buitenaf sturen terwijl de wereld van hun kind razendsnel verandert.
De wereld die Kleijwegt beschrijft: grenzeloosheid put uit
Coert Kleijwegt is geen opvoedgoeroe. Hij is journalist, en dat maakt zijn werk juist zo waardevol. Hij gaat naar scholen, hangt rond op hangplekken en praat met tieners op hun eigen manier. Wat hij steeds terughoort, is opvallend: jongeren die zeggen dat ze vrijheid willen, maar ondertussen uitgeput zijn door die vrijheid. Geen slaap, geen stilte, altijd aan. Ze zijn voortdurend beschikbaar, voor vrienden, voor sociale media, voor de onuitgesproken verwachting om altijd leuk en interessant te zijn.
In zijn reportages en boeken over coert kleijwegt kinderen en jongeren klinkt een terugkerend geluid: tieners weten best dat sommige grenzen goed voor hen zijn. Ze zeggen het alleen zelden hardop, zeker niet tegen hun ouders.
Drie patronen die ouders herkennen zodra ze ze lezen
Wie het werk van Kleijwegt leest, stuit keer op keer op dezelfde patronen. Geen theorie, maar herkenbare situaties uit het dagelijks leven van tieners in Nederland.
Het eerste patroon is de schijnbare onverschilligheid. Tieners doen alsof ouderlijke betrokkenheid ze koud laat, maar vertellen in anonieme gesprekken aan journalisten dat ze het merken als hun ouders er niet zijn. Ze willen gezien worden, ook als ze net doen alsof ze dat niet willen.
Het tweede patroon is groepsdruk als excuus. ‘Iedereen doet het’ is een zin die Kleijwegt keer op keer tegenkomt. Niet als bewijs dat het normaal is, maar als een manier om de druk van een keuze weg te schuiven. Als niemand in de groep nee durft te zeggen, ontstaat er een schijnwerkelijkheid waarin alles is toegestaan.
Het derde patroon raakt aan slaap en herstel. Tieners die hij sprak, gaven regelmatig toe dat ze liever eerder gingen slapen, maar de sociale kosten daarvan te hoog vonden. Stoppen met scrollen voelt als afhaken. Dat is geen gebrek aan wilskracht, dat is een designfout in de digitale omgeving.
De paradox van de zelfregulerende tiener
In opvoedland is ‘zelf ontdekken’ een populair idee. En ja, tieners hebben ruimte nodig om fouten te maken en te leren. Maar Kleijwegt signaleert een valkuil: het idee dat jongeren zichzelf prima kunnen reguleren als je ze maar genoeg vertrouwt, wordt soms gebruikt om ouderlijke aanwezigheid weg te rationaliseren. Zelfregulatie klinkt als vrijheid, maar voor veel tieners voelt het als in de steek gelaten worden.
Een brein van vijftien jaar is simpelweg niet volledig uitgerust om impulsen af te wegen tegen langetermijngevolgen. Dat is geen zwakte, dat is neurologie. Structuur bieden is geen wantrouwen, het is ondersteuning. Ouders die dat begrijpen, geven hun kind niet minder vrijheid, maar wel een veiliger kader om daarmee te oefenen.
Wat Kleijwegt opvalt aan ouders die grip houden zonder te controleren
In zijn observaties beschrijft Kleijwegt ook ouders. De ouders die tieners zelf noemen als voorbeeld van iemand die het ‘snapt’, doen iets opmerkelijks. Ze zijn aanwezig zonder te bewaken. Ze stellen vragen zonder verhoor. Ze kennen de namen van de vrienden, weten ruwweg wat er speelt op school, en eten regelmatig samen aan tafel zonder dat dat een gesprek hoeft op te leveren. Die aanwezigheid werkt als een stille ankerfunctie.
Wat ze niet doen, is constant controleren, vragen om schermtijd-rapportages of bij elk feestje een verhoor afnemen. Ze laten ruimte, maar vullen die ruimte niet met stilte. Ze zijn erbij. Dat klinkt simpel, maar in drukke gezinnen is ‘erbij zijn’ iets wat je actief moet kiezen.
Grenzen stellen zonder te preken: de toon die werkt
Tieners hebben een fijn radar voor betutteling. Zodra een gesprek voelt als een les, haken ze af. Kleijwegt laat in zijn werk zien hoe jongeren reageren op volwassenen die met hen praten in plaats van tegen hen. Het verschil zit niet in de boodschap, maar in de positie die je inneemt.
Praktisch gezien betekent dat: stel een grens als feit, niet als straf. ‘Om twaalf uur ben je thuis, want ik wil weten dat je veilig bent’ werkt anders dan ‘je mag niet later thuiskomen’. Dat eerste is betrokkenheid. Het tweede is een verbod. Tieners reageren anders op die twee, ook al klinken de gevolgen hetzelfde.
Schermen, sociale druk en slaaptekort: de drie domeinen
Als je de inzichten van Kleijwegt vertaalt naar concrete opvoedkeuzes, zijn er drie domeinen waar zijn werk het directst houvast biedt.
- Schermgebruik: niet als morrele kwestie benaderen, maar als energiemanagement. Minder scrollen ’s avonds is geen straf, het is hetzelfde als geen energydrinks voor het slapen. Die framing resoneert beter bij tieners.
- Sociale druk: help je kind oefenen met het zeggen van ‘nee’ in veilige situaties thuis, zodat ze dat buiten ook kunnen. Rollenspellen klinken tuttig, maar werken echt.
- Slaap: maak er geen discussie van per avond. Spreek een routineafspraak af die vaststaat, juist omdat tieners zelf aangeven dat ze er ’s avonds niet de mentale ruimte voor hebben om die grens te stellen.
Als je kind zegt ‘iedereen doet het’
Dit is het moment waarop Kleijwegts journalistieke blik je als ouder echt helpt. Hij laat zien dat ‘iedereen doet het’ bijna nooit klopt, maar dat het voor tieners voelt alsof het klopt, omdat degene die níet meedoet, zwijgt. Dat is de onzichtbare meerderheid.
Je hoeft je kind dan niet te overtuigen met statistieken. Je kunt gewoon vragen: ‘Heb jij iemand die het niet doet en die je nog steeds respecteert?’ Bijna altijd is het antwoord ja. Dat opent de deur naar een gesprek zonder dat je hoeft te winnen.
Verder lezen en luisteren
Voor opvoeders die verder willen, zijn de boeken en reportages van Kleijwegt een goed startpunt. Zijn boek ‘Kleine Koningen’ over verwende kinderen is inmiddels een klassieker, maar ook zijn latere journalistieke werk over jongeren en sociale druk is goed toegankelijk. Hij heeft ook meerdere interviews gegeven aan radio en podcasts, waaronder enkele voor de VPRO en NRC, die je eenvoudig terugvindt via een zoekactie op zijn naam. Geen zware kost, maar een blik die je eigen observaties als opvoeder scherper maakt.
Coert Kleijwegt vertelt opvoeders niet wat ze moeten doen. Hij laat zien wat er speelt, van binnenuit, in de taal van tieners zelf. Dat is misschien het meest bruikbare aan zijn werk: je hoeft niet alles te begrijpen om er wel te zijn. Aanwezigheid, een vaste avondtijd, een vriendelijk maar helder antwoord op ‘iedereen doet het’, het zijn kleine keuzes die er voor tieners toe doen. Niet omdat een journalist dat zegt, maar omdat tieners het zelf bevestigen als iemand ze de ruimte geeft eerlijk te zijn.