Je trekt je kind uit het zwembad en het reageert niet. Geen huilen, geen hoesten, gewoon slap in je armen. Op dat moment weet je niet wat je moet doen, en elke seconde die je aarzelt telt. Verdrinking bij kinderen ziet er zelden uit zoals op televisie: geen wild spartelen, geen schreeuwen. Juist die stilte zorgt ervoor dat het te lang duurt voor iemand ingrijpt. Wat je in de eerste minuten doet, heeft directe invloed op de uitkomst. Dit artikel legt uit hoe je handelt.
Stille verdrinking herkennen: dit zie je, niet wat je verwacht
De meeste mensen denken dat een verdringend kind schreeuwt en met de armen zwaait. Maar een kind dat werkelijk in nood is, doet dat zelden. Let op deze signalen als je kind in het water is:
- Het hoofd ligt laag in het water, de mond net aan of net onder de oppervlakte
- Het lichaam staat verticaal, alsof het kind rechtop loopt maar niet vooruitkomt
- De ogen zijn leeg of gesloten, er is geen contact
- Geen geluid, geen roepen om hulp
Dit onderscheidt stille verdrinking van gewoon ploeteren of spelen. Vertrouw je gevoel: als iets er niet goed uitziet, ga er dan naartoe.
Stap 1: Haal het kind veilig uit het water
Ga niet zomaar zelf het water in. Dat klinkt koud, maar een verdringend kind grijpt instinctief naar alles wat drijft, inclusief jou. Kijk eerst of je een reddingsboei, touw, tak of badlaken kunt gooien of aanreiken. Kun je het kind vanaf de kant vastpakken, doe dat dan: pak de pols of de kleding vast, nooit de hand alleen want die glipt los.
Moet je toch het water in, ga dan van achteren naar het kind toe en pak het onder de oksels. Houd je eigen hoofd boven water en rol je beide rug naar de kant. Bij een bewusteloos kind in ondiep water: ondersteun het hoofd en trek het horizontaal mee. Ga alleen het water in als er geen andere optie is en je zeker weet dat je het redt.
Stap 2: Bel 112 terwijl je beoordeelt
Zodra het kind op de kant ligt, bel je 112. Doe dit meteen, niet pas nadat je alles hebt geprobeerd. Zet je telefoon op de luidspreker en leg hem naast je neer. Zo houd je je handen vrij. Is er een omstander in de buurt, wijs dan direct één persoon aan: “Jij belt 112, nu.” Wijs specifiek aan, want als je in het algemeen roept, doet niemand iets.
Vertel de centralist: waar je bent (zo exact mogelijk), hoe lang het kind al uit het water is, hoe oud het kind ongeveer is en of het ademt. De centralist begeleidt je verder en blijft aan de lijn. Volg zijn of haar instructies.
Stap 3: Controleer bewustzijn en ademhaling
Leg het kind op zijn rug op een harde, vlakke ondergrond. Spreek het luid aan en tik op zijn schouder. Geen reactie? Kantel dan voorzichtig het hoofd naar achteren door je hand op het voorhoofd te leggen en met twee vingers de kin omhoog te tillen. Zo open je de luchtweg.
Houd je wang nu boven de mond en neus van het kind. Kijk of de borst omhoogkomt, luister naar ademgeluid en voel of er lucht uitstroomt. Doe dit tien seconden. Ademt het kind helemaal niet, of alleen met happen en schokken? Dan is dat niet normaal ademen en begin je meteen met reanimatie.
Stap 4: Begin met beademing, niet met hartmassage
Dit is het punt waarop reanimatie bij verdrinking afwijkt van de standaard reanimatie die je misschien kent. Bij verdrinking is het zuurstoftekort de directe oorzaak. Daarom begin je met vijf reddingsademhalingen voordat je met hartmassage start.
Bij een kind ouder dan een jaar: omsluit de mond met jouw mond, knijp de neus dicht en blaas rustig in, net genoeg zodat je de borstkas ziet rijzen. Dat duurt ongeveer één seconde. Herhaal dit vijf keer. Bij een baby of zuigeling omsluit je tegelijk de mond én de neus met jouw mond en blaas je zachter, met kleine teugjes. De longen van een baby zijn klein.
Stap 5: Start hartmassage op de juiste manier
Na de vijf beademingen controleer je even of er tekenen van leven zijn. Is dat niet het geval, dan begin je met hartmassage.
De drukplek is het onderste deel van het borstbeen, net boven het zachte stukje onderaan. Bij een kind ouder dan een jaar gebruik je de hiel van één of twee handen. Bij een baby gebruik je twee vingers. Druk het borstbeen in met een diepte van ongeveer een derde van de borstdiameter, wat bij de meeste kinderen neerkomt op drie tot vier centimeter. Het tempo is 100 tot 120 drukken per minuut. Zet een nummer van ongeveer dat tempo in je hoofd of tel hardop.
Stap 6: Het 30:2-ritme en hoe je het volhoudt
Wissel hartmassage en beademing af in een verhouding van 30 drukken op 2 beademingen. Ben je met twee personen, wissel dan elke twee minuten van rol, want hartmassage is zwaarder dan het lijkt en kwaliteit daalt snel bij vermoeidheid. Wissel zonder te stoppen: de wisseling duurt maximaal vijf seconden.
Ben je alleen, stop dan na twee minuten kort om te controleren of het kind spontaan ademt of reageert. Slechts even, maximaal tien seconden, daarna ga je meteen verder. Zet jezelf niet onder druk om alles perfect te doen: een reanimatie die niet perfect is maar doorgaat, is beter dan een reanimatie die stopt.
Stap 7: Koud water en hypothermie, ga door ook al lijkt het hopeloos
In Nederland vallen kinderen soms in koud slootwater of een koude vijver, ook in de zomer. Een kind dat er levenloos en bleek uitziet na een tijd in koud water is niet per definitie dood. Hypothermie verlaagt de stofwisseling zo sterk dat het lichaam langer kan overleven zonder zuurstof. De stelregel in de eerste hulp is: niet dood tenzij warm en dood. Ga dus door met reanimeren totdat de ambulance er is.
Beperk ondertussen verdere afkoeling: leg het kind op een droge ondergrond als dat kan, dek het af met een jas of deken, maar stop niet met reanimeren om dat te doen. Laat een omstander dat regelen.
Stap 8: Overdracht aan de ambulance en wat je daarna doet
Als de ambulance aankomt, geef dan de volgende informatie zo snel en duidelijk mogelijk: hoe laat het kind te water is geraakt, hoe lang het kind bewusteloos was voor jij begon, hoeveel reddingsademhalingen je hebt gegeven en hoe lang je al aan het reanimeren bent. Noem ook of het water koud was en of je het kind op zijn buik hebt gedraaid (wat je overigens niet doet tijdens reanimatie).
Ga altijd mee naar het ziekenhuis, ook als het kind er op het eerste gezicht goed uitziet. Vocht in de longen kan uren later alsnog problemen geven. Dat heet secundaire verdrinking en is een serieus risico dat ook bij kortdurende onderdompeling kan optreden. Ziekenhuisopname ter observatie is geen overdreven voorzichtigheid, het is de standaard aanpak.
Je hoeft geen professional te zijn om in deze situatie iets zinvols te doen. Bel 112, begin met beademingen en ga door met reanimeren tot de hulpdiensten er zijn. Wie dit een keer heeft geoefend in een cursus bij het Rode Kruis of de EHBO-bond, handelt sneller en met meer zekerheid. Die paar uur oefening zijn het waard, zeker in de zomer als kinderen veel rond water zijn.